Glasgow’s Finest

IMG_7105

Soms is het moeilijkste van regisseren loslaten.
Wanneer grijp je in en wanneer laat je het gaan…..
Regisseren impliceert nl dat je het stuurt.
Vandaag was ik blij dat ik durfde los te laten.
We draaiden een interview met de schilder Peter Howson.

Hij was duidelijk heel nerveus. En als wij als ArtMen crew binnen komen dan komt er ook wat binnen. Niet alleen zijn we met z’n zessen, wat al pittig is, maar soms lijken we ook een stel hongerige wolven. Respectvol maar gretig en als kunstenaar sta je er dan toch alleen voor.

Hij was voor alles in, ik moest het maar zeggen. Maar ik kreeg al snel het gevoel dat ie het liefst aan het werk wilde. Wat uniek is, want de meeste kunstenaars willen alles behalve dat je over hun schouders mee kijkt naar hoe ze het doen.

Het eerste deel van het interview kijken we Peter dan ook op z’n rug. Hij praat eigenlijk via zijn schilderij met Jasper en David. En intussen brengt hij leven in een portret waar hij mee bezig is. Ik merk dat de jongens ook worstelen met de setting. Iemand bevragen zonder dat je hem aankijkt, heeft iets ongemakkelijks en is moeilijk omdat je natuurlijk contact wil maken en dat doe je toch doorgaans door iemand aan te kijken.
IMG_7113
Maar het geduld en vertrouwen worden beloond. Na een minuut of 15 draait Peter zich om. Durft hij en het gesprek dat volgt is mooi en intens. Peter Dowson is iemand die alle zwarte kanten van het leven in de ogen heeft gekeken en hij vertelt daar heel open en ontwapenend over.

Zo’n gesprek dat je het liefst  integraal zou willen uitzenden. Gaat nog een worsteling worden in de montage.

Het schilderen houdt hem eigenlijk op het rechte pad. En als je naar zijn schilderijen kijkt zie je ook welke demonen hij heeft te bevechten. Heftig werk.

Wat is mooier dan een programma te maken waarbij je kunt doordringen tot de kern van iemands kunstenaarsschap. Noodzaak is vaak de drijfveer, maar het is niet iedereen gegeven het zo te verwoorden.

Kijken dus vanaf half september ArtMen!

NL 2 om 19.20 uur
15 sep Brussel
22 sep Istanbul
29 sep Glasgow
06 okt Kopenhagen

Ich bin (k)ein Fellini

Federico-Fellini-Anita-Ekberg-La-Dolce-Vita-set

Als ik opzichtig een shot probeer uit te leggen aan mijn cameraman of vrouw of als ik driftig met mijn handen aan het praten ben in een montage set dan komt het nogal eens voor dat een collega voorbij loopt en vraagt of het wel goed gaat met Fellini.
Dat zeggen ze niet omdat ik zoveel op de man lijk.
Fellini is de norm en als je maar iets in je hoofd haalt als regisseur krijg je al gauw de stempel ‘Weer zo’n Fellini’.
De uitdrukking is vakjargon geworden.
Natuurlijk omdat niemand aan de man kan tippen. En omdat elke regisseur eigenlijk misschien wel diep in zijn hart een Frederico Fellini zou willen zijn…..

Op zijn 10de liep hij weg om zich aan te sluiten bij het circus. En dat snap ik wel, ik wilde tot mijn 10de zo graag clown worden en ook meereizen met het circus, op avontuur met spannende exotische types… verder loopt elke vergelijking met de maestro overigens spaak.
Fellini verbeeldde zijn dromen op sublieme en totaal eigen onnavolgbare wijze.
De Fellini-tentoonstelling in het EYE filmmuseum is er eentje om je even helemaal in onder te dompelen. Al die filmfragmenten, foto’s, posters en verhalen bij elkaar, te gek. Expressieve koppen, mooi van lelijkheid, rauw en puur, echte schoonheid en schoonheden. Vrouwen met echte lijven. Niks geen gestroomlijnde contouren.
Ik realiseer me ineens hoe gewend ik ben geraakt om naar ‘plastic fantastic’ films te kijken, de wereld van Fellini is mede daardoor een verademing.

Wat ik het allemooiste vond waren zijn dromenschets boeken.
Nooit geweten dat Fellini ooit zijn geld verdiende als striptekenaar.
Hij kon dus fantastisch tekenen.
Doe mij maar een Fellini voor aan de muur!dromenboek fellini

Vaak krijg ik de vraag welke film ik nog zou willen maken. Daar heb ik nooit een duidelijk antwoord op. Dus blijkbaar is die noodzaak er nog niet of moet die zich nog aandienen. Dus een echte Fellini zal ik wel niet meer worden. Maar ik ben zeer tevreden als echte Vocking.  Want wat is er nou mooier dan de schoonheid van de wereld te mogen laten zien in mijn programma’s?!

‘It is only when I’am doing my work that I feel truly alive’ Frederico Fellini

Melkmeyd

foto[2]

Met drijfnatte jassen van de niet ophoudende regen, zomer 2013, sloten wij aan in de lange rij museumgangers.
Wachten is niet direct mijn sterkste kant, maar voor het Rijks moet je wat over hebben.
Na ons van de klamme jassen te hebben verlost stonden we blijkbaar zomaar binnen.
Vraag me niet hoe, maar toen ik vroeg waar we ons kaartje moesten laten zien keek de medewerker me zo glazig aan.
‘U bent al binnen’.
Gewoon onbewust illegaal het museum binnen gedrongen blijkbaar.
Aan de beveiliging schort nog wat of ik bezit inmiddels kwaliteiten die me nog eens van pas gaan komen in de toekomst.

Ik hoef natuurlijk niemand te vertellen hoe geweldig, mooi, indrukwekkend en prachtig het Rijksmuseum is.
Want los van het gebouw, struikel je er over de meesterwerken.
Het is zelfs zo adembenemend dat na anderhalf uur mijn kop zo vol zat dat ik er uit wilde, regen of geen regen.
Regen.

Maar wat mij het meest trof, gek genoeg, was een heel klein, über bekend werk.
Op duizend manieren al afgebeeld en commercieel uitgebuit. Van pakken melk tot tafelkleedjes en van koffiekopjes tot placemats. Nooit begrepen, vond het maar een uitgekauwd plaatje.
Totdat ik er voor stond. Het melkmeisje van Johannes Vermeer.

Dat duurde even want het was dringen geblazen en wachten op je beurt. 
Dat verhoogt de beleving overigens niet, zeker niet als er een Duitse tour voorbij komt om het ‘Milchmädchen’ luidruchtig te duiden. 
Maar toen ik eindelijk mijn plek voor het schilderij kon innemen, vergat ik onmiddelijk de drukte.
Het beeld greep me totaal.
Wat is dat een PRACHTIG schilderij!
Het ontroerde mij enorm.
Was er beduusd van.
Dat een schilderij dat met je kan doen en dan ook nog een beeld dat je zo goed kent. 
Het is zo mooi verfijnd, zo mooi van kleur, licht, zo delicaat en toch heel stevig. Het was magisch. Ik heb dat zelden, dat een schilderij mij zo ontroert.

Toch mooi als iets niet kopieerbaar blijkt te zijn, want toen ik later in de museum winkel liep en de zoveelste multomap met het melkmeisje zag liggen vond ik het maar zo’n slap aftreksel van dat wat ik net had gezien.
En gelukkig maar.

Het bloemstukje

bloemstukje

Van die momenten dat je denkt, why me….

Zo had ik van de week een begrafenis en kreeg ik bij het verlaten van de kerk een bloemstukje in mijn handen gedrukt. Ik ben nooit de beroerdste dus natuurlijk ging ik dapper in de rij bloemstukjes-dragers staan.

De begrafenis onderneemster legde ons uit dat we in 2 mooie rijen moesten gaan staan en dat dan zodadelijk de kist langs de bloemen zou worden gedragen. Een mooie erehaag voordat de kist in auto zou worden getild.

Ik keek de twee inmiddels keurig geformeerde rijtjes vluchtig rond en kwam tot de conclusie dat de ‘jongeren’ deze taak toegedicht hadden gekregen. Heel even genoot ik van het feit dat ik opeens tot ‘de jongeren’  behoorde.

Ok het gezelchap was behoorlijk aan de leeftijd maar toch.
Als je je maar omgeeft met bejaard spul kan je je weer even helemaal jeugdig wanen, tip!

Maar dat mooie moment werd bruut verstoord door een dame, een iets ‘oudere jongere’,
die zich uit de keurige formatie los maakte.
Ze keek ons, de andere bloemstukjes-dragers, hulpeloos aan.
De dame kreeg het zo aan haar rug van haar zware bloemstuk.
En ze wilde haar grote stuk heel graag ruilen met een kleiner stuk.
Ze hield het niet vol, had net een operatie achter de rug, een hernia verleden en nog
veel meer ergs.
Ik dacht nog, wat een tuttebel, hoewel je dat soort dingen natuurlijk niet moet denken, al helemaal niet op een begrafenis, en al HELEMAAL niet als collega bloemstukken draagster.

Maar voordat het medisch dossier verder gelicht kon worden schoot ik te hulp.
Galant en als altijd veel te impulsief.

Met verve gaf ik haar mijn vederlichte gele roosjes en kreeg ik van haar het grote plompe bloemstuk, met opluchting, in de handen gedrukt.

Dat had ik niet moeten doen….

De wilde, licht vrolijke, maar gelukkig toch stemmige bloemen van het inmense boeket,
leken wel gemaakt van beton. Mijn hakken verdwenen direkt diep in de rand van het
bloemperk waar ik toch al wat onhandig stond.
Niks muts!
Die vrouw had gelijk!!
Dit was een bloemstuk waar je als gezond jong mens acuut een hernia van zou krijgen.

Goed. Niets meer aan te doen. De hakken stonden stevig in de aarde waardoor ik in iedergeval rechtop bleef staan.
Ik probeerde uit alle macht zo’n plechtig en ontspannen mogelijk gezicht te trekken. Mijn bovenarmen begonnen al gevaarlijk te trillen en in geen velden of wegen een kist in aantocht.

In mijn hoofd speelde zich al de meest verschrikkelijke scenario’s af, heel fijn zo’n beeldende fantasie.

Nu heb ik echt helemaal niets tegen het prettig in de belangstelling staan.
Maar dan niet op deze manier!!!

De zonnebril

zonnebril

Ik loop met mijn mevrouw door de V&D op zoek naar een geschikte zonnebril,
daar zij mijn über hippe witte zonnebril niet trekt.
Volgens haar zit ik er, mode-technisch gezien, compleet naast.

Ik laat haar vervolgens dan maar zelf een geschikt exemplaar voor mij uitzoeken,
ik spaar die dingen immers, dus een nieuwe zonnebril komt altijd van pas.

Soms zijn zonnebrillen net paraplu’s, je raakt ze op onverklaarbare wijze kwijt,
ze gaan altijd kapot en op het moment dat je ze nodig hebt, heb je ze doorgaans niet bij je. Mijn strategie is nu dan ook: verspreiden!

Ondertussen gaat de mode-politie als een dolle door de rekken met zonnige brillen en dat
geeft mij even de gelegenheid om rond te kijken, en dan is de V&D een echte aanrader.

Een paar meter verderop, bij de afdeling leuke accesoires steekt een hele lange man boven een kast uit. Hij heeft een wat sullige onbeholpen uitdrukking op zijn gezicht.
En om zijn nek hangt een losjes geknoopte lelijke sjaal.
Zo’n sjaal waar je niks aan hebt op koude dagen.
Hij kijkt naar de sjaal alsof hem zojuist een oneerbaar voorstel is gedaan.

Dan zie ik een stuk lager zijn vrouw staan. Een klein gedrongen vrouwtje met een veel te blije jas. Ze bekijkt haar man heel serieus.
De man trekt de sjaal wat losser maar de vrouw is het daar helemaal niet mee eens en trekt de sjaal weer strak. Ze spreekt hem bestraffend toe, ‘Nee Henk, dat is juist hip Henk!’

Hij haalt onhandig zijn schouders op en kijkt weer naar de sjaal. ‘Ohh’ zegt hij
zonder dat er iets van een mening door klinkt.

Hij staat er zo aandoenlijk en hulpeloos bij dat ik de neiging heb om heel hard  te roepen:
NEE, HENK!
DOE HET NIET HENK!

Maar voor ik kan ingrijpen staat mijn mevrouw voor mijn neus met een nieuwe, mode verantwoorde zonnebril die ik natuurlijk even moet proberen.

Als ik even later bij de kassa sta met mijn a.s. nieuwe bril zie ik ook de lange man aan komen lopen, hij sluit achter mij aan, met de nieuwe lelijke sjaal in zijn hand.
Ik knik hem bemoedigend toe en laat mijn zonnebril zien.

Tja, Henk…. Alles voor de liefde Henk!

De Droomshow

droomshow

Canon van de Nederlandse TV geschiedenis

Het was me het weekje wel…
Wennen aan een nieuwe Z@ppelin op de buis, na 9 jaar de netstyling te hebben gemaakt en drie dagen later bij de onthulling van de canon van de nederlandse kindertelevisie horen, dat ons programma DE DROOMSHOW als populairste programma van de jaren ‘90 is opgenomen. Wauw!

Onze DROOMSHOW naast Q&Q, de Stratenmaker op Zee show, Theo & Thea,
Ja, zuster, nee, zuster…
Bij de 50 beste TV-programma’s horen van 60 jaar kindertelevisie is toch een prestatie van formaat! Dat smaakt naar meer…

Het was tijdens het maken van de nieuwe serie ‘Wordt Vervolgd’ dat Judith de Bruijn, Ilona en ik bij Han Peekel werden weggekaapt door de AVRO.
Om daar samen o.l.v. Hans Lubberding de Avro-jeugd afdeling vorm te gaan geven.
Dat waren roerige tijden waarin we heel veel nieuwe programma’s bedachten en produceerde.
De Confettieclub, Basta, De Klimrekkwizzz, Monumentenslag en nog veel meer.
DE DROOMSHOW was onze grootste productie, als ambitieuze dames wilden wij een spraakmakende spelshow maken. Met veel sfeer, kleur en aktie.

We bedachten dan ook verschillende werelden met hun eigen spellen.
Zoals het negerzoenenspel uit de snoepfabriek maar ook de glibberende bezemstelen uit de spookwereld, allemaal even mooi gemaakt en aangekleed met bergen props en rekwisieten.

Het was mijn eerste meercamera klus en dat was gelijk in het diepe…

Het succesvolste spel was de Derrie Douche, de wekelijks terugkeerende vragen-ronde waarin foute antwoorden gelijk afgestraft werden met een bak slijm dat over de kandiaten werd uitgestort. Hilarisch en nog nooit vertoond.

Ik heb het de afgelopen jaren in vele varianten in andere programma’s weer terug zien komen maar het was nergens zo vies en mooi als bij DE DROOMSHOW. Onze ‘slimie’ kwam dan ook helemaal uit Zwitserland en was gemaakt van natuurlijk materiaal. Je wilt niet weten hoe dat na een paar weken studio begon te ruiken.

DE DROOMSHOW was een bijzondere tijd waarin we alles durfden en gewoon maar deden.
Geweldig dat de kijkers van toen ons belonen met deze opname in de canon.
Ik ben er reuze trots op!
En ga weer geinspireerd aan de slag, net zoals toen: onverschrokken en met lef, gewoon doen….

Tijdelijk

tijd

De vakantie is uitgepakt en het werk ligt met stapels klaar om een fris nieuw seizoen in te duiken. Met weemoed denk ik terug aan de eindeloze zee van 21 vrije dagen die voor me lagen. Waar zijn die toch alle 21 zo plots gebleven?

Tijd is een raar iets en het lijkt wel of ze steeds sneller gaat.
Behalve dan in de file of voor de verkeerde rij bij de kassa.
Want dan begint de tijd in enen te kruipen.

Gaat tijd eigenlijk sneller naarmate je ouder wordt?
Of wordt tijd enkel kostbaarder, omdat je weet dat het een keer je tijd gaat worden?

Vroeger dacht ik er in ieder geval totaal niet over na.
Ik was jong de rest van de wereld gewoon oud.
En oud was iets van later, dat lag ver, eindeloos ver weg in de tijd.
Maar inmiddels is dat later allang vandaag.
Zo’n begrip als jeugd krijgt eigenlijk pas echt betekenis als je zelf ouder wordt.

Ik lees in boeken en bladen dat je – om geen last van TIJD te hebben –
vooral in het hier en nu moet leven, dat schijnt dan echt te helpen….
Nou daar merk ik dus echt helemaal niks van!
De tijd glipt nog steeds even hard door mijn vingers.
Dagen die te kort zijn, weken die te weinig dagen hebben, maanden die elkaar schribarend snel opvolgen.
En dat ondanks dat ik nu helemaal in het NU leef…

Ik moet denken aan mijn neefje Dirk. Toen de laatste logeerpartij ten einde liep zuchte hij met
veel gevoel voor dramatiek (dat heeft ie van zijn tante):
‘Ja, maar tante ilse, waarom duren leuke dingen eigenlijk altijd zo kort en stomme dingen altijd zo lang!?’
Ik heb iets gezegd in de trand van dat het ook allemaal zwaar oneerlijk was.

Maar Dirk heeft natuurlijk groot gelijk.
Conclusie: mijn leven is gewoon TE leuk!
Geen wonder dat het voorbij vliegt….

He fijn, mijn filosofische neef Dirk komt van het weekeind weer logeren samen met zijn broer Simon.
Wie weet wat voor mooie inzichten de mannen me gaan geven.
Ik ga er in iedergeval heel bewust van genieten want voor je het weet is het weer voorbij.